NEN-EN 13813 is de Europese norm voor dekvloermortels en dekvloeren. Het is de norm waaronder de meeste kunstharsvloeren CE-markering krijgen. De norm schrijft niet voor hoe goed een vloer moet zijn; hij schrijft voor welke eigenschappen de fabrikant moet verklaren en met welke testmethode. Dat verklaren gebeurt in de prestatieverklaring, de DoP.
De codering ontcijferd
Op een technisch merkblad staat vaak een reeks als SR-B2,0-AR0,5-IR4. Die leest u zo:
- SR is het bindmiddel: synthetic resin, kunsthars. Andere codes zijn CT (cement), CA (calciumsulfaat of anhydriet), MA (magnesiet) en AS (gietasfalt).
- B is de hechtsterkte in N/mm². B2,0 betekent minimaal 2,0 N/mm², bepaald volgens EN 13892-8.
- AR is de slijtvastheid volgens de BCA-test, EN 13892-4. Het getal is de maximale slijtdiepte in eenheden van 100 micrometer, dus AR0,5 staat voor ten hoogste 50 micrometer. Lager is beter.
- IR is de slagvastheid in Nm volgens EN ISO 6272.
Daarnaast kunnen brandklasse (EN 13501-1), stroefheid, waterdichtheid en emissie worden verklaard.

Wat u er wel en niet uit afleidt
Wel: of het systeem de eigenschappen heeft die uw ruimte nodig heeft, en of die door een test zijn onderbouwd. Niet: of de vloer bij u goed komt te liggen. De verklaarde waarden gelden voor het product onder laboratoriumcondities, bij de voorgeschreven laagdikte en opbouw. Wordt er dunner aangebracht of een laag overgeslagen, dan gelden ze niet meer.
Waar op te letten bij een offerte
Vraag de DoP op en leg hem naast uw eisen. Staat er een klasse in die u niet nodig heeft, dan betaalt u mogelijk voor iets dat niet bijdraagt. Ontbreekt een eigenschap die u wel nodig heeft, bijvoorbeeld slagvastheid in een ruimte waar met pallets wordt gewerkt, dan is dat een gesprek waard.
