EN 1504-2 gaat over systemen voor de oppervlaktebescherming van beton. EN 13813 gaat over dekvloeren. Welke van de twee van toepassing is, hangt af van de functie: beschermt de laag het beton (EN 1504-2) of vormt hij zelf het loopvlak van een dekvloer (EN 13813)? Sommige systemen dragen beide.
Het verschil in functie
Bij EN 1504-2 is het beton het bouwwerk en is de laag erop de bescherming. Denk aan een parkeerdek, een bufferbak, een betonopstort of een opvangvoorziening. Wat er wordt verklaard past bij die functie: CO₂-dichtheid, capillaire wateropname, waterdampdoorlaatbaarheid, scheuroverbruggend vermogen, hechting volgens EN 1542 en bestandheid tegen chemicaliën volgens EN 13529.
Bij EN 13813 is de laag zelf de vloer. Dan gaat het om slijtvastheid, hechting, slagvastheid en, bij dikkere systemen, druk- en buigsterkte.

Drie beoordelingen die u hieruit haalt
Scheuroverbruggend vermogen. Alleen EN 1504-2 kent hier klassen voor. Op een constructie die werkt, bijvoorbeeld een dek of een buitenvloer, is dat vaak belangrijker dan slijtvastheid.
Hechting. EN 1542 vraagt een afreukproef; voor systemen met verkeer wordt doorgaans minimaal 1,5 N/mm² aangehouden, waarbij het breukvlak in het beton hoort te liggen en niet in de lijmlaag.
Waterdampdoorlaatbaarheid. Op vochtig of jong beton kan een dampdichte laag blaasvorming geven. De klasse in de DoP zegt of het systeem kan ademen.
In de praktijk
Voor een productievloer binnen kijkt u meestal naar EN 13813. Voor een parkeerdek, een opvangbak, een betonopstort of een buitenverharding kijkt u naar EN 1504-2. Staat er in het bestek alleen "epoxycoating", dan is dat te weinig informatie om te beoordelen of het systeem past.
