Vlakheid wordt gemeten door een rechte lat op de vloer te leggen en met een spie te meten hoe groot de grootste opening eronder is. In Nederland is NEN 2747 de norm voor vlakheid en evenwijdigheid van vloeren, in Duitsland DIN 18202. Beide werken met klassen: hoe hoger de eis, hoe kleiner de toegestane afwijking over een bepaalde lengte.
Vlakheid is niet hetzelfde als waterpas
Dit is het meest gemaakte misverstand. Vlakheid gaat over hobbels en holtes: ligt de vloer glad, zonder golven. Waterpas gaat over afschot: loopt de vloer horizontaal of helt hij. Een vloer kan perfect vlak zijn en toch drie centimeter aflopen, en andersom.
Een derde begrip is evenwijdigheid: ligt de vloer evenwijdig aan het plafond of aan een andere vloer. Daar gaat het tweede deel van NEN 2747 over.

Waarom de meetlengte alles bepaalt
Een afwijking van drie millimeter over twee meter is iets heel anders dan drie millimeter over tien centimeter. Elke klasse noemt daarom altijd een toelaatbare afwijking én een meetlengte. Een eis zonder meetlengte is geen eis.
Bij gietvloeren wordt in de praktijk vaak met een lat van twee meter gemeten. Kortere golven vallen daarbuiten en die ziet u juist het scherpst bij strijklicht.
Waarom een gietvloer een oneffen ondergrond niet rechttrekt
Een gietvloer wordt in een gelijkmatige laagdikte aangebracht en volgt daardoor de ondergrond. Ligt er een hol veld in, dan ligt dat er daarna nog steeds in, alleen mooier afgewerkt. Vlakheid maakt u in de ondergrond, met egaliseren of met een reparatiemortel, niet in de afwerklaag.
Meet vóór de offerte
Laat de vlakheid vaststellen voordat er een prijs op tafel ligt, niet erna. Egaliseren is een aparte post en het scheelt aanzienlijk of daar twee of acht millimeter voor nodig is. Wie dat pas op de dag van uitvoering ontdekt, betaalt meerwerk en verliest tijd.
Dit zijn gangbare waarden uit de praktijk en de norm. Het zijn geen uitgangspunten voor een Vloersch-systeem. Wat voor uw vloer geldt staat in uw offerte en op het technisch merkblad.
