Wie een gietvloer met kleine gaatjes, kratertjes of luchtbellen ziet, kijkt bijna altijd naar een vloer zonder schraaplaag. De schraaplaag is de onzichtbare laag tussen primer en gietlaag, en hij bepaalt of het eindresultaat gesloten is.
Wat een schraaplaag is
Een mengsel van hars (epoxy of PU) en fijn kwartszand, in een dunne laag van 1 tot 2 mm met een rubberen spaan strak over de geprimerde ondergrond getrokken. De naam zegt het: de laag wordt geschraapt, niet gegoten. Het zand geeft body, de hars vult de poriën. Na uitharding wordt de laag licht geschuurd en gestofzuigd.
Wat hij doet
- Poriën vullen. Beton en dekvloeren zitten vol kleine holtes. Tijdens het gieten ontsnapt daar lucht uit, precies op het moment dat de gietlaag aan het uitvloeien is. Het gevolg: pinholes. De schraaplaag sluit die holtes vooraf.
- Egaliseren. Kleine oneffenheden, krassen van het schuren en het straalprofiel worden gevuld, zodat de gietlaag overal even dik is en gelijkmatig uitvloeit.
- Verbruik beheersen. Zonder schraaplaag zuigt de ondergrond gietmateriaal op, en dat is het duurste materiaal in de opbouw.
- Hechting. De gevulde laag vormt een stevige, gesloten tussenlaag waar de gietlaag chemisch op aansluit.
Wanneer twee schraaplagen
Bij poreuze of ongelijke ondergronden, bij tegels met voegen en bij oude vloeren met veel reparaties brengen wij twee schraaplagen aan, de tweede haaks op de eerste. Dat kost een dag extra en voorkomt dat de gietvloer na oplevering een raster van voegen of reparatievlekken laat zien.
Waarom hij wordt overgeslagen
Tijd en geld. Een schraaplaag kost een extra werkdag en materiaal, en op een nieuwe, strakke dekvloer lijkt hij overbodig. In onze ervaring is hij dat nooit: het verschil zie je pas bij strijklicht, en dan is het te laat om nog iets te doen. Daarom staat hij op elk systeemblad van Vloersch als vaste laag.
