De calciumcarbidemethode, kortweg CM-meting, bepaalt het vochtgehalte van een dekvloer door een uitgehakt monster te vermalen en in een drukvat samen te brengen met calciumcarbide. Het aanwezige water reageert met het carbide tot acetyleengas, en de gasdruk die daarbij ontstaat is een maat voor de hoeveelheid water. U leest het af op een manometer als CM-procent.
Hoe het in de praktijk gaat
Er wordt een monster uit de vloer gehakt, op de diepte die relevant is en niet alleen van het oppervlak. Dat monster wordt vermalen, afgewogen tot een vaste hoeveelheid en samen met stalen kogels en een glazen ampul calciumcarbide in de drukfles gedaan. Schudden breekt de ampul, de reactie komt op gang en na enkele minuten leest u de druk af.
De hele meting duurt ongeveer tien tot vijftien minuten en gebeurt op locatie.

Het misverstand over procenten
CM-procent is niet hetzelfde als gewichtsprocent uit een ovendroging. De CM-methode meet alleen het water dat vrij genoeg is om met carbide te reageren, en dat is minder dan al het water in het materiaal. De CM-waarde ligt daardoor structureel lager dan de waarde uit een laboratoriumdroging.
Vergelijk dus nooit een CM-waarde met een grenswaarde die in gewichtsprocent is uitgedrukt. Dat is appels met peren, en het is een fout die in bestekken regelmatig voorkomt.
Wat u ermee kunt aantonen
Omdat de methode gestandaardiseerd is en het monster uit de vloer zelf komt, is een CM-meting bruikbaar als onderbouwing. Leg vast waar u hebt gemeten, op welke diepte, wanneer, en wat de waarde was. Die vastlegging is achteraf meer waard dan de meting zelf.
