Buigtreksterkte is het vermogen van een materiaal om buiging te weerstaan zonder te breken. Een proefbalkje wordt op twee steunpunten gelegd en in het midden belast tot het bezwijkt. Bij dekvloeren gebeurt dat volgens EN 13892-2 en leidt het tot een klasse met de letter F, bijvoorbeeld F4 of F7.
Waarom het naast druksterkte staat
Minerale materialen zijn sterk op druk en zwak op trek. Een dekvloer die nergens op steunt, bijvoorbeeld boven een holle plek of over een isolatielaag, wordt niet samengedrukt maar gebogen. Dan is niet de C-waarde bepalend maar de F-waarde.
U ziet daarom altijd beide klassen genoemd: C voor druk, F voor buigtrek. Een zwevende dekvloer over isolatie of een dekvloer met vloerverwarming krijgt op de F-waarde een zwaardere eis dan een vloer die volledig op de ondergrond ligt.

Waar u het terugziet in de praktijk
Scheuren die midden in een veld lopen en niet bij een naad of een hoek beginnen, wijzen vaak op te weinig buigtreksterkte in combinatie met een holliggende plek. Een afwerking eroverheen maakt zo'n scheur niet weg: die komt terug.
Dit zijn gangbare waarden uit de praktijk en de norm. Het zijn geen uitgangspunten voor een Vloersch-systeem. Wat voor uw vloer geldt staat in uw offerte en op het technisch merkblad.
