Een bakkerijvloer is een vloer die tegelijk bestand moet zijn tegen bloem, vet, suiker, heet water en rijdende karren, en die onder al die omstandigheden stroef moet blijven. Dat is een zwaardere combinatie dan de meeste mensen verwachten van een bakkerij.
Waarom bloem het lastigste is
Droge bloem op een gladde vloer werkt als kogeltjes. Wordt diezelfde bloem nat bij het schoonmaken, dan ontstaat een glibberige pasta. Een vloer die droog prima aanvoelt, kan op dat moment gevaarlijk worden.
Daarom wordt in een bakkerij vrijwel altijd een ingestrooid, stroef systeem toegepast en niet een gladde gietvloer. De stroefheidsklasse kiest u op basis van de natste situatie die voorkomt, niet op de gemiddelde.

De andere belastingen
Vet en olie. Plantaardige vetten trekken in poreus materiaal en tasten sommige harsen aan. Een dichte, chemisch bestendige opbouw is hier nodig.
Suiker en zuren. Suikerresten geven bij vergisting organische zuren, en die zijn agressiever voor beton dan veel mensen denken.
Warmte. Bij ovens, bij ontdooien en bij reinigen met heet water. Plaatselijke temperatuurwisselingen vragen om een systeem dat daar tegen kan.
Rijdende belasting. Rijskarren met kleine harde wielen geven hoge puntlasten in smalle sporen, altijd op dezelfde routes.
Wat dit betekent voor de keuze
In een productiebakkerij is polyurethaanbeton de gangbare keuze: hij verdraagt de temperatuurwisselingen, is chemisch breed bestendig en kan stroef worden uitgevoerd. In een kleinere of drogere bakkerij kan een kwartsgevulde opbouw volstaan.
Daarnaast horen er holle plinten, een goede aansluiting op putten en goten en voldoende afschot bij. Een bakkerijvloer is zelden alleen een vlak; het zijn de randen waar het schoonmaken op vastloopt.
