De vier ondergronden die wij het meest tegenkomen zijn een gevlinderde monolietvloer, een gewone betonvloer, een zandcement dekvloer en een anhydriet dekvloer. Ze verschillen in sterkte, zuigend vermogen en vochtgedrag, en die verschillen bepalen de voorbehandeling, de primer en soms het hele vloersysteem.
Monolietvloer of gevlinderde betonvloer
In één werkgang gestort en machinaal glad gemaakt. Het oppervlak is dicht en gesloten en zuigt nauwelijks. Dat voelt als een goede ondergrond, maar het is juist de lastigste: een kunststof vloer hecht niet op een gesloten cementhuid. Die moet er altijd mechanisch af, met kogelstralen of schuren. Wordt dat overgeslagen, dan laat de vloer vroeg of laat los.

Gewone betonvloer
Ruwer en meer zuigend dan een monolietvloer, dus in principe gunstiger voor hechting. Wel controleren op cementhuid, sterkte en scheuren.
Zandcement dekvloer
Een cementgebonden dekvloer, code CT in EN 13813. Hechtend, zwevend of op isolatie gestort. Het oppervlak is vaak zwakker dan de kern, dus hechting meten is hier geen formaliteit. Restvocht is bepalend: wij houden 2,5 procent aan, gemeten met de CM-methode. Ligt het daarboven, dan gieten wij niet zomaar door. Soms biedt een vochtscherm uitkomst; daar gaat een apart artikel over.
Anhydriet of calciumsulfaat dekvloer
Code CA. Glad, vlak en snel te leggen, maar gevoelig voor vocht. De sinterlaag aan het oppervlak moet er altijd af. Het restvocht moet aanmerkelijk lager zijn dan bij zandcement: wij houden 0,5 procent aan. Een anhydrietvloer verdraagt geen permanent vocht van onderaf en vraagt om die reden andere keuzes.
Bestaande afwerkingen
Tegels, oude coatings en gietasfalt kunnen als ondergrond dienen, mits ze vastzitten, worden opgeruwd en de oneffenheden worden overbrugd. De zwakste schakel bepaalt het resultaat: een nieuwe vloer op een loszittende oude vloer komt samen met die oude vloer los.
Wat er altijd gebeurt voordat wij beginnen
Vocht meten, hechting beproeven, sterkte en vlakheid beoordelen en scheuren in kaart brengen. Pas daarna ligt de opbouw vast. Een systeem kiezen voordat de ondergrond bekend is, is gokken.
