ATEX is de verzamelnaam voor twee Europese regelingen over explosieve atmosferen: één voor apparatuur en één voor de werkplek. Ruimten worden ingedeeld in zones naar de kans dat er een explosief gas- of stofmengsel aanwezig is. In die zones moet worden voorkomen dat statische lading zich opbouwt en als vonk ontlaadt. Daarom wordt er een vloer gevraagd die lading afvoert naar aarde.
De zones
Voor gassen, dampen en nevels: zone 0 (vrijwel continu aanwezig), zone 1 (regelmatig) en zone 2 (zelden en kortdurend). Voor brandbaar stof: zone 20, 21 en 22 in dezelfde volgorde. Stof wordt in de voedingsmiddelenindustrie vaak onderschat: meel, melkpoeder, suiker en zetmeel vormen in de juiste concentratie een explosief mengsel.

Wat er van de vloer wordt gevraagd
De vloer moet elektrostatisch afleidend of geleidend zijn en met aardafleiders op de aarding van het gebouw zijn aangesloten. In de praktijk wordt doorgaans een oppervlakte- of afleidweerstand onder 10⁸ ohm gevraagd, gemeten volgens IEC 61340-4-1. De precieze grenswaarde en meetmethode horen in het bestek of het explosieveiligheidsdocument te staan, want die verschilt per situatie.
Waar het misgaat
Drie dingen zien wij vaak fout gaan. Ten eerste: een geleidende toplaag zonder werkende aardafleiders, waardoor de lading nergens heen kan. Ten tweede: een geleidende vloer die later wordt overgeschilderd of in de was gezet, waarmee de werking verdwijnt. Ten derde: een vloer die bij oplevering is gemeten en daarna nooit meer, terwijl de weerstand met slijtage, vervuiling en luchtvochtigheid verandert. Periodiek meten hoort bij het systeem.
Let op
ATEX en ESD zijn niet hetzelfde. Bij ESD gaat het om het beschermen van elektronica tegen ontlading; bij ATEX om het voorkomen van een ontsteking. De gevraagde weerstandswaarden en de onderbouwing verschillen. Laat in het bestek altijd expliciet maken welke van de twee bedoeld is.
