Bij een hechttrekproef wordt een metalen stempel op de vloer gelijmd, wordt er rondom de stempel door de afwerking heen in de ondergrond gezaagd, en wordt de stempel er recht omhoog afgetrokken. Het apparaat registreert bij welke kracht dat gebeurt. Die kracht gedeeld door het oppervlak is de hechttreksterkte in newton per vierkante millimeter.
De meting is het halve verhaal
Minstens zo belangrijk is waar het is gebroken. Dat heet het breukbeeld en u leest het af aan de onderkant van de afgetrokken stempel.
Breuk in de ondergrond. Er zit beton of dekvloer aan de stempel. De hechting is dan sterker dan het materiaal eronder: de gemeten waarde is de sterkte van de ondergrond, niet van de hechting. Dit is het gunstige beeld.
Breuk op het raakvlak. De afwerking laat schoon los van de ondergrond. Dit wijst op een hechtingsprobleem: vervuiling, vocht, een te gladde of te dichte ondergrond, of een primer die niet goed is aangesloten.
Breuk in de afwerking zelf of in de lijm van de stempel. Dan is de proef mislukt of zegt hij alleen iets over de afwerking. Meet opnieuw.

Waarom dit de belangrijkste meting op een bestaande vloer is
Bij renovatie is de vraag zelden of de afwerking goed is, maar of de ondergrond die afwerking kan dragen. Een oude vloer met een stoffige, verzwakte of vervuilde toplaag geeft lage waarden of een breuk vlak onder het oppervlak, en dan weet u dat er zwaarder voorbereid moet worden: stralen of frezen in plaats van schuren.
Welke waarden worden genoemd
Voor kunststof vloerafwerkingen op beton wordt in de praktijk vaak een minimum rond anderhalve newton per vierkante millimeter aangehouden, met een lagere eis bij licht belaste ruimten en een hogere bij zware industriële belasting. Dit zijn gangbare waarden uit de praktijk en de norm. Het zijn geen uitgangspunten voor een Vloersch-systeem. Wat voor uw vloer geldt staat in uw offerte en op het technisch merkblad.
Meet altijd meerdere punten verspreid over het oppervlak. Eén proef zegt iets over één plek.
