Een reflectiescheur is een scheur die al in de ondergrond zat en die zich door de nieuwe afwerking heen aftekent. De coating is niet gescheurd omdat hij te zwak was, maar omdat de vloer eronder is bewogen.
Hoe u hem herkent
Hij loopt recht en aaneengesloten, vaak van gevel tot gevel of van hoek naar hoek, en hij stopt niet bij een kleurgrens. Vaak ligt hij precies boven een naad, een leidingsleuf of een verspringing in de constructie.
Een scheur die ontstaat in de afwerking zelf ziet er anders uit: grillig, plaatselijk, soms vertakt.

Waarom overlagen het probleem niet oplost
De beweging die de scheur maakte, is er nog. Een laag van enkele millimeters houdt een bewegende constructie niet tegen. Vult u de scheur en giet u eroverheen, dan tekent hij zich binnen een seizoen opnieuw af, meestal na de eerste temperatuurwisseling.
De drie routes
Meebewegen. Zet de scheur om in een nette voeg: uitzagen, vullen met een elastische kit en de afwerking daarop laten aansluiten. De scheur blijft zichtbaar als lijn, maar hij blijft ook heel.
Vastzetten. Bij een dode scheur die niet meer beweegt: uitzagen, krammen inleggen en injecteren met een harsvuller, daarna overlagen. Dit werkt alleen als de beweging echt gestopt is.
Overbruggen. Met een elastische tussenlaag of een dikkere, flexibele opbouw. Dit vangt kleine bewegingen op maar geen echte werking van de constructie.
Eerst vaststellen of hij nog leeft
Plak een gipsbruggetje of een glazen plaatje over de scheur en kijk er na enkele weken naar, bij voorkeur over een temperatuurwisseling heen. Breekt het, dan beweegt de scheur nog en is de elastische route de enige die standhoudt.
