Osmose is blaasvorming waarbij vocht door de vloerafwerking heen wordt getrokken naar een in water oplosbare verontreiniging eronder. Onder de coating ontstaat een oplossing met een hogere concentratie dan het water in de ondergrond. De coating werkt als een halfdoorlatend membraan: water gaat er wel doorheen, de opgeloste stof niet. Het water blijft toestromen, de druk loopt op en er ontstaat een blaas met vloeistof erin.
Waaraan u osmose herkent
Een osmoseblaas zit vol vloeistof. Prikt u hem open, dan komt er onder druk een waterig, vaak stroperig en soms zurig of zoetig ruikend vocht uit. Luchtblaasjes zijn daarentegen droog en leeg.
Osmoseblazen verschijnen bovendien niet meteen. Ze ontstaan weken tot maanden na oplevering en ze groeien door. Luchtblaasjes zitten er direct in en blijven zoals ze zijn.

De drie voorwaarden
Osmose heeft alle drie nodig, en dat is precies waar de oplossing zit.
Vocht van onderen. Een ondergrond die te nat is, een ontbrekende dampremmende laag onder de vloer, grondwater of een lekkage.
Een in water oplosbare verontreiniging. Zouten uit de ondergrond, resten van suikers, melk, glycol, schoonmaakmiddel of een niet volledig uitgereageerde component in de hars.
Een dichte afwerking. Hoe dampdichter de laag, hoe minder het vocht eronder weg kan en hoe hoger de druk oploopt.
Waarom overschilderen niet werkt
De drijvende kracht zit eronder en blijft er. Een nieuwe laag erover maakt het zelfs erger, want de vloer wordt nog dichter. De blaas komt terug, meestal op dezelfde plek.
Duurzaam herstel betekent: de aangetaste zone openleggen, de verontreiniging weghalen, de vochtbron aanpakken en pas daarna opnieuw opbouwen. Bij een structureel te natte ondergrond hoort daar een vochtscherm bij.
Hoe u het voorkomt
Meten voordat u begint, en niet alleen op één plek. Voorbereiden tot gezond materiaal, zodat oude verontreiniging niet ingesloten raakt. En bij twijfel over het vocht: een dampopener systeem kiezen of een vochtscherm toepassen.
