Hardheid zegt hoe goed een materiaal weerstand biedt tegen indrukken. Bij kunststof vloeren wordt die vooral uitgedrukt in Shore A of Shore D, of gemeten met een buchholzindruk volgens EN ISO 2815. Het is een nuttige eigenschap, maar het is niet hetzelfde als slijtvastheid en het zegt weinig over hoe lang een vloer meegaat.
De twee shoreschalen
Shore A wordt gebruikt voor zachte en elastische materialen: rubberachtige lagen, elastische tussenlagen, comfortvloeren.
Shore D wordt gebruikt voor harde materialen: epoxy- en polyurethaanvloeren, gietvloeren, coatings.
Een waarde van Shore D 80 zegt dus meer dan Shore A 95, ook al is dat laatste getal hoger. De schalen zijn niet naar elkaar om te rekenen.

Buchholz
Bij de buchholzproef wordt een wig met een vast gewicht op de laag gedrukt, en wordt de lengte van de indruk gemeten. Hoe korter de indruk, hoe hoger de buchholzhardheid. De methode is ontwikkeld voor verf en coatings en werkt goed voor dunnere lagen waar een shoremeter door de laag heen zou prikken.
Waarom hard niet automatisch beter is
Een harde vloer weerstaat indrukken goed maar is bros: hij kan scheuren bij beweging in de ondergrond of bij een harde stoot. Een iets zachtere vloer vangt die beweging op maar krijgt eerder blijvende indrukken van stellingpoten of smalle wielen.
De juiste hardheid volgt dus uit het gebruik. Een vloer onder zware puntlasten vraagt iets anders dan een vloer in een ruimte met trillingen of temperatuurwisselingen.
En krasvastheid
Krassen zijn een oppervlakteverschijnsel en volgen vooral uit hardheid in combinatie met de afwerklaag en de matheid. Een matte vloer toont krassen veel minder dan een hoogglanzende, bij precies dezelfde krasgevoeligheid. Wie gevoelig is voor het uiterlijk kiest de glansgraad daarom net zo zorgvuldig als de samenstelling.
