Bij een tweecomponentensysteem reageren hars en harder in een vaste verhouding. Wijkt u af, dan blijft er een deel over dat nooit meer reageert. Dat overschot verdwijnt niet en hardt niet alsnog uit: het blijft als weekmaker in de vloer zitten.
Wat u ervan merkt
Een vloer die dagenlang kleverig blijft. Of een vloer die wel hard aanvoelt maar veel te zacht is, sneller inslijt en indrukt onder stellingpoten. Bij te veel harder ziet u daarnaast vaak verkleuring en een vettige film aan het oppervlak.
Het vervelende is dat dit pas na dagen zichtbaar wordt, als de ruimte al is opgeleverd. En herstel betekent vrijwel altijd verwijderen, want u kunt niet alsnog het ontbrekende deel inbrengen.

De regels die wij zonder uitzondering aanhouden
Hele verpakkingen mengen. Afwegen op de bouw gaat mis, en de verhouding op het etiket geldt voor de volledige set. Moet er toch gedeeld worden, dan op gewicht met een geijkte weegschaal, nooit op het oog.
Langzaam mengen. Hoge toeren slaan lucht in en dat komt terug als blaasjes en pinholes. Een menger met laag toerental en een geschikt mengblad.
Wanden en bodem meenemen. Aan de rand en onderin blijft ongemengd materiaal achter. Dat is de meest voorkomende oorzaak van plaatselijk zachte plekken.
Omstorten. Het gemengde materiaal overgieten in een schone emmer en daar kort namengen. Zo komt het laatste ongemengde restje alsnog mee.
Waarom haast hier duur is
Het verschil tussen goed en slecht mengen is een halve minuut per emmer. Het verschil in uitkomst is een vloer die twintig jaar meegaat of een vloer die eruit moet. Dat is de eenvoudigste rekensom op de bouwplaats.
