Deze drie beloften komen het vaakst langs en verdienen alle drie een nuchtere beoordeling: er zit techniek achter, maar minder dan de verkooptekst suggereert.
Antimicrobiële vloeren
Aan een vloerafwerking kunnen stoffen worden toegevoegd die de groei van micro-organismen op het oppervlak remmen. Dat werkt onder laboratoriumcondities aantoonbaar.
Drie kanttekeningen. Het doodt niet wat er ligt, het remt groei op het oppervlak. Het werkt niet door een laag vuil of een biofilm heen, dus zonder reiniging heeft het geen effect. En claims hierover vallen in Europa onder de biocidenwetgeving, wat betekent dat een leverancier niet zomaar mag beweren dat een vloer bacteriën doodt.
Voor een voedselveiligheidsaudit telt dan ook niet de toevoeging maar of de vloer heel, dicht en reinigbaar is.

Zelfherstellende vloeren
Er bestaan harsen waarin zeer lichte krassen deels verdwijnen bij warmte, doordat het materiaal terugkruipt naar zijn oorspronkelijke vorm. Dat is echt, en u ziet het vooral bij dunne toplagen.
Wat het niet doet: diepere krassen wegwerken, indrukking herstellen of schade repareren. Voor een industrievloer is het effect verwaarloosbaar. In woonsituaties helpt een matte afwerking in de praktijk meer, omdat die krassen simpelweg minder toont.
Sensoren in de vloer
Sensoren voor belasting, temperatuur of vocht bestaan en worden toegepast, maar vrijwel altijd in of onder de constructieve vloer en niet in de kunststof afwerklaag. Die laag is enkele millimeters dik en gaat over slijtvastheid, niet over elektronica.
Wordt u een afwerklaag met ingebouwde sensoren aangeboden, vraag dan hoe die te vervangen of te repareren is. Een afwerklaag wordt onderhouden en overlaagd; elektronica daarin maakt dat ingewikkeld.
En fotokatalytische vloeren
Die werken op uv-licht. Binnen is er nauwelijks uv, dus binnen gebeurt er nauwelijks iets. Voor een vloer in een gebouw is dit daarmee vooral een verhaal.
