In de regel levert de opdrachtgever de ondergrond en beoordeelt de vloerenlegger of die geschikt is. Beide rollen hebben een plicht, en juist op het snijvlak daartussen ontstaan de meeste geschillen over vloeren.
Wat de opdrachtgever levert
Een ondergrond die voldoet aan wat er in het bestek of de offerte staat: sterk genoeg, vlak genoeg, droog genoeg, schoon en vrij van losse delen. Plus de informatie die erbij hoort, zoals wat er eerder op heeft gelegen en welk nabehandelmiddel is gebruikt.
Wat de uitvoerder moet doen
Onderzoeken en waarschuwen. Voordat er materiaal op gaat, hoort de ondergrond beoordeeld te worden en hoort er gemeld te worden wat niet in orde is. Zonder meldingen beginnen en later zeggen dat de ondergrond niet deugde, is geen houdbare positie.
Wij meten daarom altijd voor aanvang en leggen vast wat wij aantreffen, ook als de uitkomst gunstig is. Dat is voor beide partijen prettig.

De situatie die het vaakst misgaat
De planning staat vast, het restvocht is net te hoog en er wordt besloten om toch door te gaan omdat de oplevering anders niet haalbaar is. Dat besluit is legitiem, maar het hoort op papier: wie het neemt, waarom, en wie het risico draagt.
Mondeling doorzetten en anderhalf jaar later blazen in de vloer: dan is er niets vastgelegd en verliest iedereen tijd aan het reconstrueren van gesprekken.
Wat u praktisch afspreekt
Dat de ondergrond wordt vrijgegeven voordat het werk begint, met de meetwaarden erbij. Dat afwijkingen schriftelijk worden gemeld met een voorstel erbij. En dat een besluit om af te wijken van de eisen door beide partijen wordt ondertekend.
Dit is algemene uitleg en geen juridisch advies; wat contractueel geldt staat in uw eigen overeenkomst en voorwaarden.
