Instrooien is het strooien van korrel of vlokken in een nog natte harslaag. Afzanden is instrooien tot verzadiging, zodat de laag de korrel niet meer opneemt. De termen worden door elkaar gebruikt, maar het verschil zit in hoeveel u erin strooit en waarom.
Waarvoor instrooien dient
Stroefheid. De korrel steekt door de afwerking heen en maakt het oppervlak grip. Hoe grover de korrel en hoe minder hij wordt overlaagd, hoe stroever de vloer.
Laagdikte en sterkte. Een ingestrooide opbouw bevat veel meer vaste stof dan een gladde laag en is daardoor slijtvaster en beter bestand tegen puntlasten.
Uiterlijk. Bij vlokken en chips is het instrooien de afwerking zelf: het bepaalt de tekening van de vloer.

Wat afzanden oplevert
Bij afzanden blijft u strooien tot de laag geen korrel meer opneemt en er een droge korrellaag op blijft liggen. Het overschot wordt na uitharden afgezogen en het oppervlak geschuurd.
Het voordeel is een volledig gevulde, dichte opbouw zonder harsrijke plekken. Het is de standaard onder zware ingestrooide systemen en onder kwartsvloeren.
Waar het misgaat
Te laat strooien: de hars is al ingedikt, de korrel blijft op het oppervlak liggen en hecht niet. U voelt dat later als losse korrels onder uw schoen.
Ongelijk strooien: strooibanen zijn achteraf zichtbaar als kleurverschil en als verschil in stroefheid. Met de hand strooien vraagt daarom routine, en bij grote oppervlakken werkt u met vaste strookbreedtes.
De afweging die u moet maken
Stroef en reinigbaar zijn elkaars tegenpolen. Elke korrel die grip geeft, geeft ook een plek waar vuil in blijft zitten. Kies daarom de stroefheid die de ruimte werkelijk nodig heeft en niet automatisch de hoogste klasse.
