Beide zijn naadloze kunststofvloeren en beide worden vloeibaar aangebracht, maar daar houdt de overeenkomst op. Het verschil zit in de vulling en de manier van aanbrengen, en dat bepaalt hoe de vloer eruitziet en wat hij aankan.
Gietvloer
Een ongevulde of licht gevulde hars (PU of epoxy) die na het uitgieten zelf uitvloeit tot een spiegelglad oppervlak van 2 tot 4 mm. Het resultaat is egaal, strak en zonder structuur; met een matte of zijdeglans topcoat. Gietvloeren zijn de keuze voor woningen, kantoren, showrooms en lichte werkruimten waar uitstraling en reinigbaarheid voorop staan.
Troffelvloer
Een hars die zwaar gevuld is met kwartszand of cement, en die met een troffel of spaan wordt aangebracht en aangedrukt. Hij vloeit niet uit, dus het oppervlak krijgt een structuur van de vulling en het spaanwerk, en de dikte loopt van 3 mm tot 9 mm. De vulling maakt de vloer stroef, drukvast en bestand tegen stoot en hitte. Voorbeelden: Completec QCF (kwarts), Ucrete (polyurethaanbeton) en Quartzline PU CEM.
Het verschil op een rij
| Gietvloer | Troffelvloer | |
|---|---|---|
| Oppervlak | Glad, egaal, spiegelend of mat | Structuur, van fijn tot grof |
| Antislip | R9, met instrooiing tot R10 of R11 | R10 tot R13, instelbaar |
| Dikte | 2 tot 4 mm | 3 tot 9 mm |
| Belasting | Loopverkeer, licht rolverkeer | Heftrucks, stoot, hitte, chemie |
| Afschot | Niet mogelijk, vloer zoekt het laagste punt | Mogelijk, volgt de ondergrond |
| Reiniging | Eenvoudig, geen structuur | Meer inspanning, borstel of schrobmachine |
| Uitstraling | Strak, woonkwaliteit | Functioneel, industrieel |
Wanneer welke
Blijft de ruimte droog en telt het uiterlijk, dan een gietvloer. Wordt de vloer nat, heet of zwaar belast, of moet hij afschot hebben, dan een troffelvloer. In de praktijk combineren wij ze vaak in één gebouw: een gietvloer in kantoor en kantine, een troffelvloer in productie en spoelkeuken, en een holle plint of profiel op de overgang.
