Emissieklassen zeggen hoeveel vluchtige organische stoffen een vloer aan de binnenlucht afgeeft nadat hij is uitgehard. De meting gebeurt in een emissiekamer volgens de ISO 16000-reeks of de Europese methode EN 16516. De uitkomst wordt beoordeeld tegen een schema, zoals het Duitse AgBB, het Franse A+ label of EMICODE. Voor BREEAM en LEED zijn die uitkomsten vaak puntwaardig.
Waarom dit los staat van de geur tijdens het werk
Tijdens het aanbrengen ruikt u de reactieve componenten. Dat is arbeidsomstandigheden en ventilatie, en het is tijdelijk. Emissieklassen gaan over iets anders: wat de vloer maanden later nog afgeeft aan de lucht in de ruimte. Een vloer kan tijdens het werk stevig ruiken en daarna toch zeer emissiearm zijn.

De labels die u tegenkomt
- AgBB. Duits beoordelingsschema, meet na 3 en 28 dagen in een emissiekamer en toetst de som van vluchtige stoffen aan grenswaarden.
- Franse VOC-klasse. Verplicht label in Frankrijk, van C tot A+, waarbij A+ de laagste emissie is. Komt u vaak tegen op merkbladen.
- EMICODE. EC1 en EC1PLUS, van het Duitse GEV, veel gebruikt voor lijmen, egalisatiemiddelen en vloersystemen.
- M1. Fins schema, u ziet het bij Scandinavische projecten.
BREEAM, LEED en de MPG
Bij BREEAM-NL en LEED kunt u punten halen voor binnenluchtkwaliteit door emissiearme materialen toe te passen. Daarvoor moet u de meetrapporten of labels kunnen overleggen; een mededeling van de leverancier is niet genoeg. Voor de Nederlandse milieuprestatieberekening is een ander document nodig: een milieuverklaring van het product, een EPD, opgesteld volgens EN 15804. Emissie en milieuprestatie zijn twee verschillende dingen die vaak door elkaar lopen.
Waar op te letten
Vraag bij een duurzaamheidseis altijd of het om binnenluchtkwaliteit gaat of om milieuprestatie over de levensduur. Het antwoord bepaalt welk document u nodig heeft, en niet elk systeem heeft beide.
